Geluwe in beelden

Herbergen - De Zon

Ook nog vermeld als:

Oorspronkelijk locatie:

Beselarestraat

Huidige locatie:

Beselarestraat 5

Exacte locatie:

2024 Sectie C/991K

Naamsverklaring:


Vroegere uitbaters:

1880 - 1884 GHESQUIERE Jean - BOLLE Octavie
1901 - 1920 MANDERICK Cyriel - BREYNE Marie-Louise
Van 1921 tot 1962 Geluwe in beelden Mannelijk Vanysacker Isidorus (°Moorslede 5 april 1886 - †Geluwe 14 juni 1985) - Geluwe in beelden Vrouwelijk Verbeke Augusta Maria (°Beselare 5 juni 1891 - †Menen 14 april 1974)
Van 1969 tot 1972 Geluwe in beelden Mannelijk Mattens Cesar (°Heusden 11 augustus 1907 - †Ieper 10 december 1999) - Geluwe in beelden Vrouwelijk Demeulenaere Paula

Bijzonderheden:

Culturele activiteiten:

  • Lokaal N.S.B. (Nationale Strijdersbond)

Volksgebruiken:

Sportieve verenigingen:


Verhalen / anekdotes:

Vóór 1900 vinden we volgende uitbaters terug: GHESQUIERE Jan, geboren in Geluwe op 29 okt. 1840 met zijn vrouw BOLLE Octavie, ook geboren in Geluwe, op 22 jan 1848 en herbergierster van beroep. Ze werden enkele jaren later opgevolgd door MANDERICK Cyriel, geboren in Wevelgem op 01 sept 1855 en van beroep herbergier, voerman en kolenverkoper samen met zijn echtgenote BREYNE Marie-Louise geboren in Geluwe op 26 maart 1859.

Van 1921 tot 1962 hebben VANYSACKER Isidorus en zijn echtgenote VERBEKE Augusta – Maria café “De zon” uitgebaat. Ze waren beter gekend als “Doren en Gusta van ’t Zunneke”.
Toen Isidoor 3 jaar was kwam hij met zijn ouders wonen op de wijk “Arkemolen”, een onderdeel van het gehucht TER HAND. Later leerde hij Gusta kennen en ze trouwden op 13 januari 1913.
Isidoor vertelde ooit: “ Ik was nog niet getrouwd en ik kwam met mijn meisje van uit de Panemolen al over een harde aardeweg de Peutevin ingewandeld. Het was al aan de boord van den avond en toen we aan de moten kwamen stond er plots, lijk een beeste met de poten omhoog in onze richting te kijken. ‘k Greep een steen, maar mijn meiske zei dat ik niet mocht. Maar ‘k smeet toch…”.
“Een andere keer was ik mee met René Vervaecke die in de molenaarsstiel was en tarwezakken vervoerde van de boeren naar de molen. ‘k Was toen nog een jongen en ik mocht mee met hem op de boerekarre naar ’t hof van Allegaerts bij de Peutevin. ’t Ging op een sukkeldraf want ’t was een oud, grijs paard met een kromme poot dat onze karre trok. Op de terugweg van Allegaerts passeerden we weer aan de moten en het paard sprong zes keer tereke verschrikt achteruit… ’t had iets gezien ! En René is dat nog verschillende keren tegengekomen. ’t Lag daar een verzonken kasteel zei men…”

Tot 1909 werd er geloot of je al dan niet soldaat moest worden want niet alle jonge mannen moesten naar het leger. Wanneer je twintig jaar werd moest je naar de loting: je moest in aanwezigheid van de militaire overheid een lot trekken en dat lot besliste of je al dan niet je legerdienst moest doen. Onder begeleiding van garde Bostyn trokken de Geluwnaars naar de loting, in de school in Geluveld waar jongens uit Geluwe, Beselare, Zandvoorde, Zonnebeke en Geluveld aanwezig moesten zijn. Enkel wie een klein nummer trok moest naar het leger.
Isidoor trok in 1906 een groot nummer, maar verkocht het onmiddellijk aan een welstellende jongeheer. Met dat geld kocht Isidoor en mooie fiets die enkele weken later al gestolen werd! Toen de oorlog uitbrak moest Isidoor naar het front. Hij was toen 28 jaar en zijn vrouw was hoogzwanger en baarde haar eerste kind, een jongen die André werd genoemd op 7 maart 1915.
Ze heeft ettelijke maanden moeten wachten op enig geruststellend nieuws over haar man Isidoor. Vooral in de winter van 1916 heeft hij veel honger en koude geleden. Ze mochten hoegenaamd geen vuur maken want dan werd er onmiddellijk door de Duitsers geschoten. Hij heeft af en toe gevechten van man tegen man met de bajonet moeten uitvoeren. Ze moesten proberen Duitse verkenners te overmeesteren om ze daarna te kunnen ondervragen. Al bij al is Isidoor maar één keer licht gekwetst geweest. Na de oorlog kwam hij terug thuis in de Oude Ieperstraat op Ter Hand maar herkende zich niet meer: alle huizen waren verwoest, ook zijn eigen woning! Hij vernam dat zijn vrouw naar Hingene in Antwerpen was gevlucht. Met zijn schoonbroer en een vriend reed hij, per fiets, naar ginder. Het was nacht toen ze daar aankwamen.
Gelukkig duurde het niet lang voor hij zijn vrouw kon omhelzen. Enkele dagen later keerden ze al terug naar Geluwe. Hij kon er tijdelijk met zijn vrouw en zoon in een noodwoning (barak) verblijven.
In 1921 besloten ze om de herberg “De Zon” over te nemen.
Het was vooral Gusta die de klanten bediende. Isidoor heeft enkele jaren als metser gewerkt en daarna als arbeider in verscheidene Franse fabrieken. ‘s Zomers trok Isidoor naar de omliggende boerderijen om te helpen bij het tabak naaien.
Ze kregen NEGEN kinderen.
Hij was een groot liefhebben van “hanekampen”, maar omdat die in België verboden waren trok hij hiervoor, met vrienden naar het noorden van Frankrijk.

Isidoor was gekend als “nen harden” en dat is te begrijpen. Vier jaar aan het front maken een soldaat hard! Op een familiereünie van de Vanysackers werd het volgende verteld: Isidoor ging graag een kaartje leggen terwijl hij een pijpke rookte en enige pintjes dronk. Zo was hij eens bij het kaarten zodanig geconcentreerd dat hij niet hoorde dat er iemand riep: “Doren, ge moet direct naar hus, want Gusta heeft een attakke gekregen.”
Dit werd nog eens herhaald en Doren zei, kalm weg, zonder op te kijken : “Van oet die partie es afgelopen kom ik ne keer kijken.” En effectief, zo geschiedde. Het kaartspel was gedaan en hij ging naar huis. Daar stelde hij vast dat Gusta al heel wat beter was.
Een andere keer trok hij met zijn vriend Camielke Huylenbroeck naar café De Katte waar een wedstrijd “vloerbollen” plaats vond. Het was een competitie tussen “Het Zunneke” en “De Katte”. Vloerbollen is een spel waarbij de spelers houten bollen (in de vorm van kaasbollen) naar een grote koperen nagel in de vloer moesten werpen. De dichtste worp won. Het ging er die dag spannend aan toe. Het spel duurde lang en… er werd veel gedronken. Doren en Camiel gingen als laatsten de deur uit. Ze waren met de fiets gekomen maar zagen, tot hun verbazing nog slechts een fiets staan. ”Gotver de gotver” zei Doren, “’t es de mien da weg is. “ “Jaat” zei Camiel, “‘t es de joen”. Ze vertrokken tesamen, tevoet, al waggelend en al taterend. Camiel liep, zijn handen aan het stuur, naast Doren. Om de 500 m werd er gestopt om te plassen en een verse pijp te stoppen. Een dik uur later arriveerden ze aan “ Het Zunneke”. Camiel zette de fiets tegen de gevel en trok samen met Doren naar bin- nen. Ze probeerden allebei met handen en voeten uit te leggen aan Gusta, die hen stond op te wachten, wat er gebeurd was. Met horten en stoten kwam het er uit: “Miene vélo es gepakt. Hik. Camiel èt chanse, en ik niet”. Gusta ging naar buiten en riep: “Doren, hoe is het mogelijk, ’t is joene velo die hier staat ! “ …

Achter de herberg was er een feestzaal met de naam “Zaal Patria”. Bijna iedere week was er daar een feest: familiebijeenkomst, vergadering van de N.S.B. (de Nationale StrijdersBond), bal en ook optredens van bekende artiesten zoals Willy Lustenhouwer, Ray Franky, Jean Walter, tot zelfs de bekende Nederlander Johnny Jordaan. Ook het toen bekende orkest “The Ricksons” uit Menen trad er geregeld op. Isidoors dochter Marcella is daar getrouwd met Eric Lefebvre. In de beginjaren was Doren ook buitenwipper van dienst. Als een bezoeker die wat teveel gedronken had kabaal begon te maken en handtastelijk werd greep Doren hem vast en zwierde hem met klikken en klakken buiten.

Samen met Gusta heeft hij in 1973 zijn diamanten huwelijk mogen vieren. Jammer genoeg was zoon Georges (officieel Joris) er niet meer bij. Hij was op 2de kerstdag van 1953 verongelukt.

Café” De Zon” was het lokaal van de NSB of de Nationale Strijdersbond die belgicistisch en royalistisch van inslag was. Het minder vaderlandslievende VOS, Verbond der Vlaamse Oud-strijders, ook “Vossen” genoemd had als lokaal café “Au voyageur”. Tijdens de jaarlijkse 11 november reünies stond Jules Decuypere, grootvader van Dirk, na enig aandringen op een stoel en zong uit volle borst “Het lied van de keizer”. Keizer, wat malheur, zeg ons eens waarvoor moest gij den Belg doen souffreren ?... De volledige tekst van dit lied staat in “Het Malheur van de keizer” van Dirk Decuypere , op blz 521.

Vanaf 1963 kwamen MATTENS Cesar geboren op 14 aug. 1907 in Heusden O.Vl. en zijn echtgenote DEMEULENAERE Paula (° Roeselare 19 mrt 1903) in De Zon wonen. Cesar was “jockey” van beroep en Paula baatte het café uit. Cesar was zeer goed gekend in het milieu van de paardenrennen. Hij heeft meerdere eerste prijzen gereden o.a. in Kuurne, Sterrebeek, Oostende en ook in het buitenland. Hij heeft zelfs drie jaar lang in Casablanca gewoond en er aan wedstrijden deelgenomen.

Volgens dochter Marcella werd er niet alleen gedanst in zaal Patria, maar er werden daar ook, af en toe CATCH-wedstrijden georganiseerd! (Bron: Gilwe nr. 2, Lionel Brulez)

Vermeldingen:

  • 1881, 22 oktober. Stukken uit Oude Kragen. POLITIEK. Wat luister staat Gheluwe te wachten wanneer zulke roemvolle mannen Schepens van Gheluwe zullen zijn. Wie zijn de weerdige mannen die deze Sommiteiten uitgevonden en voorgedragen hebben? 1° De vermaarde Vermeulen, bijgenoemd de Krulle, oud herbergier, oud aardappel- en groenselmarchand, peerdenvlader, makelaar, koopman in boonperzen en koolzaadpalms enz. Deftige vlaming en man van geloof. 2° Ghekiere, groote hotelier aan de zon en houder van de balzale Poep-en-l’air, waar het puik van Meenen en ook van Gheluwe hunne soirées houden en den vis à vis doen. Zijne salons blinken van rijkdom.
    (Bron: De Meenenaer, Godsdienst-Vaderland, jg. 4 nr. 43, 22 oktober 1881)