Geluwe in beelden

Herbergen - Sint-Barbara

Ook nog vermeld als:

  • Au Progrès (voor 1914)

Oorspronkelijk locatie:


Exacte locatie:

Beselarestraat 4

Naamsverklaring:


Vroegere uitbaters:


Bijzonderheden:

Culturele activiteiten:

Volksgebruiken:

Sportieve verenigingen:


Verhalen / anekdotes:

Joseph Durnez, bijgenaamd “Sif van ’t Pertje”, omdat hij enkele jaren uitbater was van café “Het Peerd” in de Sint-Denijsplaats nr. 1, woonde van 1941 tot 1960 in café “Sinte Barbara”. Zijn vrouw Madeleine Driessens stond achter de toog en bediende de klanten.
Hij woonde, zoals reeds eerder vermeld, bij het uitbreken van W.O. II, enkele huizen verder in café "Het Peerd". Hij verhuisde naar een woning in de Menenstraat (nu nr. 58), eigendom van Camiel Lernou en Pharailde Durnez, maar werd enkele weken later opgeroepen om het vaderland te verdedigen. Camiel en Pharailde waren de uitbaters van het schuin daarover gelegen café "Het Rozeke". Josephs dochter Dina vertelde dat haar vader, toen hij enkele jaren later terug thuis kwam enorm vermagerd was zodat zijn eigen kinderen hem niet meer herkenden. Ook zijn vrouw Madeleine was spectaculair afgevallen: Toen Joseph vetrok woog zij nog 120 kg en bij zijn thuiskomst nog slechts 60 kg! Na enige tijd besloten ze om terug naar de Beselarestraat te verhuizen omdat ze zich niet echt "jeunden" in de Menenstraat. De herberg "Sint Barbara" was vrij en ze trokken daar naartoe.
Joseph ging overdag werken als wever in een weverij in Roncq. Rond 17u kwam hij thuis en begon zijn bijberoep, namelijk barbier-haarkapper. Als er veel klanten waren in het café hielp hij ook met het bedienen van de dranken. Hij was ook brandwerman en blies op de "clairon" om de korpsleden bij brand te verwittigen, want tijdens de oorlog mocht de sirene niet loeien.
Op verscheidene plaatsen in onze gemeente woonden claironblazers die elk, door hun "klaroengeschal" de volgende blazer verwittigden zodat die op zijn beurt de brandweerlui kon aansporen om te gaan blussen! De clairon werd ook gebruikt om tijdens een brand aan te geven dat er méér of minder, of helemaal geen water meer moest opgepompt worden. Vergeet niet dat de brandweer toen geen water meenam naar de plaats waar het brandde. Het bluswater kwam, ofwel uit regenputten, ofwel uit waterpartijen van een landbouwer (wallen), ofwel uit de beken. Ooit werd er zelfs met de inhoud van een beerput geblust!
De eerste maal dat Joseph optread als brandweerman was tijdens de fameuse brand in café "De Roobaard". Rond 1960 moest Joseph, om gezondheidsredenen stoppen met de uitbating van café “Sint Barbara”. Hij verhuisde met zijn gezin naar de Ieperstraat 55, naast de smidse van smid Joris (Georges) Nolf. Zijn zoon Hugo trouwde met Marie-Louise Verhaeghe en zij namen hun intrek in “Sint Barbara”. Een paar jaar later richtte Hugo de garage in als frituur. Nog een tijd later werd Hugo ook begrafenisondernemer met een eigen "corbillard".
Tijdens een van de vele gemeenteraadsverkiezingen mocht Hugo voor al de medewerkers een koude schotel voorzien. Hij reed met zijn lijkwagen op de koer van de jongensschool. Op dat ogenblik ging Marc Buyse, die toen voorzitter was van een van de stemlokalen, naar het toilet. Toen hij terugkwam zag hij hoe Hugo de plank waar normaal de lijkkist opstond, uitschoof en er de koude schotels uitnam. Marc verklaarde achteraf dat hij, bij het zien van dat tafereel geen hap naar binnen kreeg!
Nog een paar jaar later opende Hugo een restaurant in de Ieperstraat naast bakkerij Durnez. Het werd een echt succes. Van heinde en ver kwamen de mensen naar Geluwe afgezakt om bij Hugo en Wieze te komen eten: je kreeg veel voor weinig geld. Maar door een slecht beheer ging de zaak na een paar jaar failliet. Uiteindelijk verhuisde Hugo met zijn gezin naar de ouderlijk woning van zijn vader in de Ieperstraat 55.

Vanaf juli 1974 werden Georges Nuytten en zijn vrouw Irene Pauwels de nieuwe uitbaters. Van november 1972 t.e.m. juli 1974 stonden ze nog te tappen in café “Het Trapke”, maar toen kochten Vital Poot en Andréa Vroman zowel “Het Trapke” als “Het Peerd” en maakten er een grote verf- en toebehoren winkel van. Daarom verhuisden Georges en Irene naar de toen leegstaande herberg “Sint Barbara” die amper drie huizen verder lag.
Georges was op 18 jarige leeftijd een eerste keer getrouwd met Simonne Marie Delbaere waarmee hij twee zoons kreeg: Lucien en Etienne. Simonne overleed in 1953 en in 1959 hertrouwde Georges met Irene. Tijdens zijn jeugd werkte hij af en toe bij boeren uit de streek. Zo kreeg hij ooit een zwaar ongeval omdat hij onder een pikdorser terecht kwam.
Georges is tot zijn 25 jaar een goede amateur bokser geweest. Hij had de bijnaam “Lubbers”. Tijdens het verlof werden er achteraan grote kalkoenen geslacht en verkocht (in de volksmond “poephaans” genoemd). Die wogen soms tot 20 kg.

Roger (Rozeetje) Maddelein was een goede klant van Georges. Hij was klein en mager en af en toe redelijk “beneveld”. Om gratis bier te bekomen ging hij met de klanten af en toe een weddenschap aan. Zo beweerde hij op zekere dag dat hij door de poten van een houten barkruk kon kruipen. Niemand geloofde hem, maar hij deed het toch, zij het met veel moeite. Voor zijn prestatie kreeg hij een paar glazen bier. Enkele dagen later was hij weer in “Sint Barbara” en nu hadden enkele stamgasten de houten barkruk vervangen door een ijzeren, die NOG smaller was. “Rozeetje, zou jij dat nog ne keer kunnen gelijk de vorige keer?” vroegen ze hem. “Mo ba joak” antwoordde hij, “vo vier pintjes wil ‘k het doen“. Zo gezegd, zo gedaan. Hij begon zich door die ijzeren kruk te wringen maar had deze keer duidelijk meer moeite. Hij wilde niet opgeven en perste zich steeds een beetje verder. Maar plots kwam hij in ademnood en werd lichtjes blauw. “Loop vlug naar Luc Parreins achter een ijzerzaag” riep Georges naar een van zijn dochters. Enkele minuten later kwam ze inderdaad terug met een zaag en iemand begon de ijzeren spillen van de barkruk door te zagen zodat Rozeetje zich kon loswrikken. Toen men zag dat hij kwasi ongedeerd was werd er stevig gelachen en … gedronken.

In de garage was er achtereenvolgens een turfkantoor, een bijkantoor van de Post en een kantoor van “Hulp in huis”. (Bron: Gilwe nr. 1, Lionel Brulez)

Vermeldingen:

  • Maar "Au Progrès" (nu Sint-Barbara, Beselarestraat 6), "Au Casino" (nu B.A.C.-kantoor, St.-Denijsplaats 3), "Café de Commerce" (bij Pol Huyghe, nu Menenstraat), "Au Café Royal" (St.-Denijsplaats 22), "Au Faubourg", "Au Coq Chantant" (Terhand) en vele andere herbergen lieten er hun slaap niet voor. Wat wil je, zelfs op de voorgevel van ons bloedeigen gemeentehuis stond "maison communale" geschilderd!
    (Bron: Geluwnaren van taal en gemoed, Dirk Decuypere)
  • Jawel, mensen als Remi Ghesquiere trokken het zich aan. Er werd gereageerd tegen de Franse uithangborden van bepaalde Geluwse cafés. Je had café "Au Progrès" waar nu "Sint-Barbara" is, je had "Au Casino" voor de kerk, "Café de Commerce" dat voor veertien door Pol Huyghe werd opengehouden (het café stond aan de hoek van de Menenstraat en de Kerkhofstraat). Je had ook "A la Boule d'Or " ver in de leperstraat.
    (Bron: Het Geluwe van Jan Verbeke, Dirk Decuypere)