Geluwe in beelden

Info - Sportclubs - Voetbalclub KSK Geluwe

De club is aangesloten bij de KBVB met het stamnummer 1815 en heeft zwart en wit als clubkleuren. Als reservekleuren wordt vaak afgewisseld tussen een blauwe en rode tenue. De club speelt in het Damien Feysstadion. In de volksmond spreekt men van "Eska".

Geschiedenis


De beginjaren

Sportkring Geluwe ontstond in 1930 op initiatief van onder meer Charles Feys, Jules Ingelbeen, Leon Morlion, Leon Dubaere, Jules Vanraes, Joseph Vuylsteke, Joseph Vanryckeghem, Paul Bekaert, Oscar-Emile Driessens, Willem Demyttenaere, Joseph Pype en Arthur Claeys. De club sloot zich aan bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond op 27 november 1931 en kreeg het stamnummer 1815 toegewezen. Dit stamnummer zit nog steeds verwerkt in het logo van de club.
Vanaf 1932/33 ging men spelen op een terrein aan de Ieperstraat, dat door boer Jules Vandenberghe ter beschikking werd gesteld. De woning van Henri Comeine deed dienst als kleedkamers. SK Geluwe kende onmiddellijk succes, en pakte de titel in Vierde Gewestelijke. Het nieuwe seizoen werd aangevat op een nieuw terrein aan de Wervikstraat, waar een zittribune werd gebouwd naar het voorbeeld van buur SC Menen.
Rond die periode kende men in het dorp ook concurrentie van een tweede ploeg: Geelland Geluwe. Geelland probeerde het met vooral jongeren in de ploeg. De ploeg was weliswaar niet in actief in de KBVB, maar was aangesloten bij de Vlaamse Voetbalbond. Al na twee jaar hield Geelland het voor gezien en een groot aantal spelers maakten de overstap naar grote buur SK Geluwe.
SK Geluwe mocht zijn tweede titel vieren in het seizoen 1936/1937, met de bijhorende promotie naar Tweede Gewestelijke. Het eerste jaar in tweede draaide Geluwe nog anoniem mee, maar in het tweede jaar in de reeks moest het maar nipt het onderspit delven tegen FC Poperinge en werd zo tweede in de eindrangschikking.

De oorlogsjaren

De Tweede Wereldoorlog veranderde veel op sportief gebied in de streek. Net zoals zoveel omliggende clubs, werd Sportkring Geluwe gedwongen zijn activiteiten stil te leggen wegens de dreigende oorlogsgeruchten en mobilisatie. Het voetbalterrein kreeg een nieuwe eigenaar die het herschiep tot een vlakakker; grond moest in de oorlogsjaren functioneel zijn en vooral opbrengen. Ondanks inspanningen van het gemeentebestuur om er terug een sportveld van te maken, was een voetbalcompetitie tijdens de bezetting officieel verboden.
De oplossing van dit probleem was het oprichten van plaatselijke ploegen. Diverse dorpshoeken richtten teams op, om het onderling tegen elkaar op te nemen. Zelfs de Gestapo had een voetbalploeg om het op te nemen tegen de Geluwse ploegen. Zo kon men ook Belgisch talent opmerken om eventueel deel te laten uitmaken van de Duitse nationale fabrieksploeg.
Twee bekende voorbeelden van dergelijke ploegen waren Red Star Geluwe en Blue Star Geluwe. Terwijl Red Star een verzameling van voetballers was die tussen de Artoishoek en de Voshoek woonden, was Blue Star actief op de Pekhoek en de Troost. Ook Terhand (met 2 elftallen), de Molenhoek en in 1943 een centrumploeg genaamd Gova waren van de partij. Om het geheel wat leuker te maken, werden aangrenzende gemeenten uitgenodigd om een partij te komen voetballen, met ploegen uit Zandvoorde, Ledegem, Dadizele,...
Na de bevrijding in september 1944, smolten alle wijkploegen terug samen tot één ploeg en kon SK Geluwe zijn voetbalactiviteiten terug opnemen. Het terrein dat daarvoor werd gebruikt lag in de Pollepelstraat, ooit het veld van Red Star Geluwe. In datzelfde jaar werd ook de officiële competitie herstart. Eén jaar later werd SK Geluwe voor de derde maal in zijn bestaan kampioen. Het seizoen werd gekenmerkt door meerdere verhuizingen: van een terrein in de Pollepelstraat ging men naar een ander terrein in diezelfde straat om uiteindelijk de titel te behalen op een terrein in de Drogenbroodstraat, ooit de thuishaven van Blue Star Geluwe. Een seizoen later werd terug van locatie gewisseld: in de Wervikstraat vond men een nieuwe thuis, met het huidige café 't Smiske dat dienstdeed als kleedkamers.

De jaren 50 - '80

Het seizoen 1950/51 confronteerde SK Geluwe voor het eerst met de degradatie. Nadat de club slechts 9 punten op een mogelijk totaal van 60 behaalde, moest Geluwe terug naar Derde Gewestelijk. Pas in zijn derde seizoen in Derde Gewestelijke kon Geluwe zich een hoofdrol aanmeten. Het eindigde op een zucht van zijn vierde titel, maar Dadizele Sport (voorloper van het hedendaagse VK Dadizele) bleek te sterk.
Pech bleef Geluwe achtervolgen met de verandering van de reeksindelingen. Vanaf het seizoen 1955/56 werd niet langer meer gepraat over Gewestelijke reeksen maar over Provinciale reeksen. Hierdoor werd Eska terug verwezen naar de laagste afdeling, Vierde Provinciale. Het verblijf in de onderste regionen van het Belgische voetbal bleef beperkt tot één seizoen. SK Geluwe promoveerde in 1957 naar Derde Provinciale en speelde een zestal seizoenen een toonaangevende rol in de reeks.
Aan het begin van het seizoen 1963/64 werd de club opgeschrikt door het plotse verlies van zijn jonge voorzitter Damien Feys, die omkwam in een verkeersongeluk. De Sportkring gaf het ideale afscheidsgeschenk door kampioen te spelen in zijn reeks en de Provinciale titel te winnen na winst tegen de kampioenen uit de andere Provinciale reeksen. Een niveau hoger, in Tweede Provinciale, toonde Geluwe zijn potentieel door tweemaal vierde en eenmaal derde te eindigen. Het plotse vertrek van verschillende sterkhouders zorgde er echter voor dat Zwart-Wit halfweg 1968 voorlaatste eindigde in de stand en terug naar Derde zakte.
De degradatie naar Derde Provinciale ging Geluwe niet goed af. De jaren zeventig en 80 zouden gekenmerkt worden door verschillende promoties en degradaties. Na een viertal troosteloze seizoenen ging de neerwaartse spiraal verder en degradeerde de club in het seizoen 1972/73 naar Vierde Provinciale. SK Geluwe moest het vagevuur van Vierde slechts één seizoen doorstaan. Het promoveerde samen met kampioen SV Izegem. In het eerste jaar terug in 3e provinciale eindigde SK Geluwe als vierde met een team dat zo goed als volledig uit Geluwnaren bestond; slechts één speler was niet van Geluwse origine. Maar het hoge niveau kon niet aangehouden worden en in 1978/79 stond Eska terug aan de start van een seizoen in Vierde Provinciale.
Opnieuw bleef het verblijf in de laagste reeks beperkt tot één seizoen. Via een tweede plaats in de rangschikking werd de promotie naar Derde Provinciale afgedwongen. Onmiddellijk werd de ploeg terug verwezen naar Vierde Provinciale, waar het ditmaal vier seizoenen lang moest verblijven alvorens het terug kon aansluiten in Derde Provinciale. Vanaf het seizoen 1986/87 speelde Zwart-Wit drie seizoenen lang een hoofdrol in Derde om uiteindelijk halfweg 1990 eindelijk nog eens de promotie naar Tweede Provinciale te vieren.
(Bron: Wikipedia )