Geluwe in beelden

Info - molens - Ter Handmolen

Het verhaal van deze molen begint bij Burggraaf François Depattin die op 16 september 1750 huwde met Jeanne Antoinette de Grou.
Deze burggraaf was onder andere eigenaar van de watermolen te Moorslede (Waterdam) en van het kasteel "Ter Beke" (Het Rattenkasteel) te Geluwe.
De officiële octrooiaanvraag werd ingediend op 13 juni 1771 door "Ridder Pattin", om een oliewindmolen op te richten op de heerlijkheid Ter Beke (ARA, Financiële Raad nr. 1887).
In 1773 laat deze rijke man een houten molen bouwen op Terhand, waar nu "Terrynstad" ligt, tegenover de kampstraat.
In 1780 worden molen en kasteel gekocht door de Paters Dominikanen van Ieper. Het kasteel en de molen spelen een belangrijke rol tijdens de Beloken Tijd na de Franse Revolutie.
Men spreekt van een "molentaal". De ondergedoken priesters konden aan de stand van de wieken weten wanneer er Franse gendarmen in aantocht waren zodat ze zich op tijd in veiligheid konden brengen.
In de VIIIe bijlage van "Geschiedenis van Gheluwe" kunnen we lezen dat het kasteel en de molen aangeslagen werden door de Fransen (zoals vele eigendommen van kerken en kloosters) en openbaar verkocht.
De verkoopprijs bedroeg 50.000 Bfr.
OP 18 maart 1832 wordt op de Molenhoek Clemens Fransiscus Goemaere geboren (*).
Hij huwt in 1870 met Pauline Ghesquière en wordt eigenaar van Ter Hand-molen. Zo wordt deze molen in de volksmond "Mentens molen" genoemd.
Ook voor "Mentens molen" is de doorbraak van de Duitsers fataal. Op 22 oktober 1914 wordt de molen gedynamiteerd door de Duitsers.
(*) In de molenaarsfamilies is het gebruikelijk dat een zoon Clemens (Clement) wordt genoemd omdat St-Clemens de patroon der molenaars is.